Het poldergebied

Oprichting

Tijdens de jaren ‘80 waren er, onder impuls van het provinciebestuur, reeds gesprekken om een aantal polders in het middenkustgebied (vandaar ook de naam ‘Middenkustpolder’) te laten samensmelten. Die gesprekken leidden echter niet meteen tot het gewenste resultaat, maar mede onder invloed van de integraliteitsgedachte in het waterbeleid en met name het aspect van de gebiedsgerichte werking, werd er weer ernstig over nagedacht. Daarbij is ervan uitgegaan dat een fusie – en dus een schaalverruiming – geen doel op zich mag zijn, doch slechts een middel om het lokale waterbeheer op een efficiëntere en professionelere manier te voeren.

 

Bij besluit van de Vlaamse Regering van 15 juni 2007 werden de Polder Ghistel-Oost-over-de-Waere, de Groote West-Polder, de Snaeskerke Polder, de Polder van de Watering van Vladslo-Ambacht en de Polder van Zandvoorde samengevoegd tot een nieuwe polder met als naam ‘Middenkustpolder’. Met hetzelfde besluit werden de Keygnaert Polder en de Sinte Catharina Polder opgeheven. Voorafgaand aan de goedkeuring van het besluit werd gedurende één maand een openbaar onderzoek georganiseerd. Het besluit werd door de betrokken polderbesturen en gemeenten, evenals door de aanpalende polders gunstig geadviseerd. Op de eerste Algemene Vergadering van 30 januari 2008 werd het huishoudelijk reglement unaniem goedgekeurd en op 4 september 2008 is het reglement van kracht geworden. Op een tweede Algemene Vergadering op 22 september 2008 werd een Bestuur verkozen, bestaande uit negen bestuursleden waaronder een dijkgraaf en een adjunct-dijkgraaf. De nieuwe bestuursleden legden op 22 oktober 2008 de eed af in handen van de toenmalige provinciegouverneur, dhr. Paul Breyne. Op 1 januari 2009 werd de Middenkustpolder volledig operationeel.

Samenvoeging Polder Ghistel-Oost-over-de-Waere, Groote West-Polder, Snaeskerke Polder, Polder van de Watering van Vladslo-Ambacht en Polder van Zandvoorde tot een nieuwe polder met als naam ‘Middenkustpolder’. Afschaffing Keygnaert Polder en Sinte Cathari

De Middenkustpolder is een samenvoeging van onderstaande vijf polders:

  • Groote West-Polder --- 11.963 ha
  • Polder Ghistel-Oost-over-de-Waere --- 1.647 ha
  • Snaeskerke Polder --- 509 ha
  • Polder van Zandvoorde --- 1.174 ha
  • Polder van de Watering van Vladslo-Ambacht --- 5.325 ha

De Keygnaert Polder (338 ha) en de Sinte Catharina Polder (493 ha) werden opgeheven.


De Middenkustpolder

Het ambtsgebied van de Middenkustpolder bedraagt 21.210 hectare en strekt zich uit over (delen van) de gemeenten Oostende (1.444 ha), Middelkerke (7.110 ha), Nieuwpoort (6 ha), Diksmuide (4.941 ha), Gistel (4.279 ha), Oudenburg (1.980 ha), Jabbeke (125 ha), Ichtegem (719 ha) en Koekelare (606 ha).

Enkel de gemeente Gistel ligt volledig binnen poldergebied.

 

De Middenkustpolder wordt in grove lijnen begrensd door:

  • in het westen: de IJzer
  • in het noorden: de duinen
  • in het oosten: de voormalige Sinte Catharina Polder en Keygnaert Polder en de Nieuwe Polder van Blankenberge
  • in het zuiden: de zandstreek (of de ‘5-meter-hoogtelijn’)

 

Vlaanderen is ingedeeld in elf bekkens. De Middenkustpolder is integraal gelegen binnen het IJzerbekken. Dit bekken is het meest westelijke bekken van Vlaanderen en heeft een oppervlakte van ca. 135.000 hectare. 27 gemeenten behoren (deels) tot het IJzerbekken.

Klik op onderstaande kaart om de polder in detail te bekijken op het GISWest Geoloket.


Waterhuishouding

Eigen aan de poldergebieden zijn hun vlakke reliëf en hun ligging beneden het vloedpeil van de zee. Het peil van de Noordzee schommelt dagelijks gemiddeld tussen de 0,50 m en de 4,00 m TAW, met uitersten tot -0,50 en +5.50 m (springtij). Het gemiddelde polderpeil daarentegen bedraagt 3 à 4 m TAW met als laagste gebieden 2 en als hoogste 5 m TAW. Door hun vlakke reliëf en uitgestrektheid verloopt de afwatering eerder moeilijk. Het tijgebonden karakter van het afwateringssysteem zorgt er bovendien voor dat, vooral bij aanhoudende neerslag in het winterseizoen, grote gebiedsdelen een problematische waterhuishouding kennen. Lokale wateroverlast treedt dan ook bijna elk jaar één of meerdere keren op. Om lokaal toch enige veiligheid te kunnen bieden, wordt de afwatering van de meest kwetsbare zones ondersteund door pompgemalen. Doch ook deze laatste hebben hun beperkingen, bv. door onvoldoende dimensionering van de aanvoerkanalen of door beperkingen die worden opgelegd in de stroomafwaartse gebieden.

 

Naast de afwatering is de watervoorziening van groot belang in het streven naar een evenwichtig peilbeheer. Watertekorten doen zich meestal voor in de zomerperiode. De laatste jaren was er zelfs sprake van extreme droogte. Om deze tekorten op te vangen beschikken de meeste polderbesturen over een voldoende arsenaal aan middelen. Het zijn dan meestal de bevaarbare kanalen, met doorgaans een hoger waterpeil, die als bevloeiingsbronnen fungeren.

 

De Middenkustpolder is een in hoofdzaak tijgebonden polder. Wat de afwatering betreft valt het gebied in twee grote deelgebieden uiteen. Het oostelijke poldergebied watert af via de Gouwelozekreek en de Camerlinckxsluizen in de voorhaven van Oostende. Dit is een gravitaire uitwatering, ondersteund door een noodbemaling, bestaande uit twee pompen van elk 1,4 m³ per seconde. Deze pompen werden in 2019 aangevuld met twee visvriendelijke propellerpompen met een debiet van elk 3 m³ per seconde. Het westelijke poldergebied watert gravitair af langsheen het Nieuw Bedelf en het systeem Vladslovaart/Kreek van Nieuwendamme naar de zogenaamde ‘Ganzepoot’ in de achterhaven van Nieuwpoort. De uitwatering van het Nieuw Bedelf en de Kreek van Nieuwendamme worden beide ondersteund door een noodgemaal met een capaciteit van telkens 1 m³ per seconde. Hoewel de beide uitwateringen op de Noordzee in hoofdzaak dus gravitair zijn, worden verscheidene gebieden in de polder onderbemaald. Deze onderbemaling is noodzakelijk om wateroverlast en waterschade in de betreffende deelgebieden te voorkomen. Zo onderscheiden we in de Middenkustpolder een 16-tal bemalingsgebieden. De 16 pompgemalen hebben een capaciteit variërend van minimaal 19 liter per seconde tot maximaal 5,4 m³ per seconde. De belangrijkste onbevaarbare waterlopen in het gebied zijn, naast de reeds genoemde, de Moerdijkvaart/Waerevaart, Bourgognevaart, Grootgeleed, Keignaert, Ieperleed, Graningate, Lekevaartje, Provinciegeleed, enz.

 

De Middenkustpolder is beheerder van 552 km waterlopen, waarvan 348 km waterlopen van 2de categorie en 204 km polderwaterlopen.